Van: Erfocentrum Algemeen
Verzonden: donderdag 11 juni 2009 8:17
Aan: Erfocentrum Algemeen
Onderwerp: Actualiteiten rond erfelijkheid en genetica (61)

 

 

Actualiteiten rond erfelijkheid en genetica

 

Erfocentrum tweemaandelijkse nieuwsservice (61)

11 juni 2009

 

 

Nieuwe invalshoeken bij de behandeling van neuroblastomen

Neuroblastomen zijn zeldzame en zeer agressieve tumoren van het onwillekeurige zenuwstelsel, die alleen bij jonge kinderen voorkomen. Het kankergen MYCN speelt een belangrijke rol bij de groei van neuroblastomen. Het MYCN-gen kan alleen overleven als een ander gen, CDK2, ook actief is. Het idee is nu om het MYCN-gen uit te schakelen door het CDK2-gen met medicijnen te remmen. Kankercellen met het actieve MYCN-gen  sterven dan. Dit is onderzoekers van het AMC gelukt in een reageerbuis. Het wordt nog onderzocht of het ook werkt bij proefdieren.  

 

Wetenschappers van het UCL Insitute of Child Health pakten het anders aan. Zij ontdekten dat het gen clusterine neuroblastomen onderdrukt. In neuroblastomen houdt MYCN de werking van clusterine echter tegen. De onderzoekers willen daarom  onderzoeken of de groei van neuroblastomen stopt als ze clusterine activeren met medicijnen. In het laboratorium is dit al gelukt. 

 

Amerikaanse wetenschappers verbonden aan de Virginia Commonwealth University hebben gevonden dat het gen AEG-1 de kankercellen van neuroblastomen extra agressief maakt. Ook toonden zij aan dat er misschien een verband is tussen AEG-1 en MYCN. Zij gaan nu onderzoeken of het uitschakelen van AEG-1 neuroblastomen minder agressief maakt.

 

Meer inzicht in mechanische eigenschappen en structuur van meegroeiende hartkleppen

Met tissue engineering kunnen hartkleppen gemaakt worden die met een kind kunnen meegroeien. Kinderen hebben dan maar een operatie nodig om nieuwe hartkleppen te plaatsen. Om hartkleppen te maken die sterk genoeg zijn wordt de vorming van sterk weefsel gestimuleerd door mechanische conditionering in een bioreactor. Onderzoeker Martijn Cox van de Technische Universiteit Eindhoven ontwikkelde een methode om de mechanische eigenschappen en weefselstructuur van hartkleppen gemaakt met tissue engineering te kunnen bepalen. Niet alleen heeft zijn onderzoek meer kennis opgeleverd over de structuurontwikkeling van dergelijke hartkleppen als ze mechanisch geconditioneerd worden, ook vond hij belangrijke verschillen en overeenkomsten tussen natuurlijke hartkleppen en door weefselkweek ontwikkelde hartkleppen. Met de resultaten kon Cox verbeterpunten formuleren voor de huidige protocollen voor tissue engineering. Cox promoveerde op 2 juni jl. aan de Technische Universiteit Eindhoven op dit onderzoek.

Bron: Technologiestichting STW, 3 jun. 2009

 

Erfelijke oorzaak zeldzame immuunstoornis ontdekt

Een internationaal onderzoeksteam onder leiding van het Amerikaanse National Institute of Arthritis and Musculoskeletal and Skin Diseases (NIAMS) heeft de genetische oorzaak ontdekt van een nieuwe immuunstoornis. De immuunstoornis is DIRA genoemd: Deficiency of the Interleukin-1 Receptor Antagonist. DIRA erft recessief over. Symptomen van de aandoening zijn zwelling van het bot, de botvliezen, botpijn en in ernst variërende huiduitslag met puistjes. Bij de meeste kinderen zijn de symptomen bij de geboorte aanwezig of starten binnen twee weken erna.

Uit onderzoek bij 9 patiënten uit zes families met DIRA uit Newfoundland (Canada), Libanon, Puerto Rico en Nederland, blijkt dat alle kinderen een erfelijke mutatie in het IL1RN-gen hebben. Het gen codeert voor het eiwit IL-1Ra dat het eiwit Interleukine-1 remt. Zonder IL-1Ra  kunnen kinderen ontstekingen, veroorzaakt door Interleukine-1, niet onder controle houden. De meeste kinderen reageerden goed op behandeling met het geneesmiddel Anakinra; een humane interleukine-1-receptorantagonist.

Nederlandse partners in het onderzoek waren de Universiteit van Utrecht en het Erasmus Medisch Centrum Rotterdam.

De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in the New England Journal of Medicine

Artikelgegevens: “An autoinflammatory disease with deficiency of the interleukin-1 receptor antagonist” / Aksentijevich I, Masters SL, Ferguson PJ .. .[et al], New England Journal of Medicine, 4 june 2009;360:2416-27

Bron: NIH News, 3 juni 2009

 

ESHG publiceert aanbevelingen voor het genetisch testen van a-symptomatische minderjarigen

In de aanbevelingen van de ESHG wordt onderscheid gemaakt tussen presymptomatisch testen op aandoeningen die vrijwel zeker later in het leven tot expressie komen, en voorspellend testen waarbij een verhoogd risico op het later in het leven ontwikkelen van een aandoening wordt bepaald. Voorafgaand aan de publicatie van deze aanbevelingen heeft een publieke consultatieronde plaatsgevonden. De aanbevelingen stemmen overeen met de best practices die gangbaar zijn in de klinische genetica.  De aanbevelingen kunnen gevolgen hebben voor de genetische testen die nu rechtstreeks aan het publiek (mogen) worden aangeboden.

Artikelgegevens: “Genetic testing in asymptomatic minors: Recommendations of the European Society of Human Genetics” / European Society of Human Genetics, European  Journal of  Human Genetics, 2009 Jun;17(6):720-1.

“Genetic testing in asymptomatic minors: background considerations towards ESHG Recommendations” / Borry P, Evers-Kiebooms G, Cornel MC, Clarke A, Dierickx K; Public and Professional Policy Committee (PPPC) of the European Society of Human Genetics (ESHG), European  Journal of  Human Genetics, 2009 Jun;17(6):711-9.

Bron: Public Health Genetics Unit, 2 jun. 2009

 

Afhankelijkheid van KRAS tumoren voor kinases biedt misschien mogelijkheden voor nieuwe behandeling

Kankersoorten die veroorzaakt worden door veranderingen in het KRAS gen zijn afhankelijk van het enzym PLK1 en gevoelig voor het enzym serine/threonine kinase STK33. Dit blijkt uit twee onderzoeken door het Howard Hughes Medical Institute en de Harvard Medical School, waarbij gebruik gemaakt werd van RNA interferentie. Mutaties in het KRAS gen komen bij ongeveer 30% van de kankersoorten voor. Sommige kankersoorten ontwikkelen een afhankelijkheid van bepaalde genen. Als deze genen gedeactiveerd worden, gaan de kankercellen dood. Dit wordt ‘synthetic lethal interaction’ genoemd. Met RNA interferentie - waarbij men kleine stukken RNA gebruikt  om de activiteit van bepaalde doelwitgenen te verminderen - vonden de onderzoekers dat PLK1 (familie van de kinases) en serine/threonine kinase STK33 ‘synthetic lethals’ zijn. Volgens de onderzoekers kan de ontwikkeling van medicijnen die de PLK1 activiteit verminderen de overlevingskans van mensen met KRAS tumoren vergroten. Daarnaast kan onderdrukking van de serine/threonine kinase STK33, mogelijk gebruikt worden voor de ontwikkeling van een nieuwe behandeling tegen kanker.  De resultaten van de twee studies zijn beschreven in het tijdschrift Cell.

Artikelgegevens: “Synthetic Lethal Interaction between Oncogenic KRAS Dependency and STK33 Suppression in Human Cancer Cells” / Claudia Scholl ,Stefan Fröhling ,Ian F. Dunn .. [et al.] Cell Volume 137, Issue 5, 821-834, 29 May 2009

“A Genome-wide RNAi Screen Identifies Multiple Synthetic Lethal Interactions with the Ras Oncogene” / Ji Luo, Michael J. Emanuele, Danan Li … [et al.] Cell, Volume 137, Issue 5, 835-848, 29 May 2009

Bron: Medical News Today, 30 mei 2009

 

Stamcellen serveren op een contactlens

Het is onderzoekers van de University of New South Wales gelukt om het zicht van drie mensen met een hoornvliesaandoening te verbeteren. De onderzoekers plaatsten een contactlens met stamcellen tien dagen op het beschadigde oog. Deze stamcellen vervingen het aangetaste deel van het hoornvlies. Het zicht verbeterde hierdoor significant. De stamcellen kwamen uit een onbeschadigd deel van het oog van de patiënten zelf. Hierdoor werden ze niet door het oog afgestoten: het is lichaamseigen materiaal. De onderzoekers gebruikten bij twee patiënten stamcellen van het hoornvlies van hun gezonde oog. Bij de derde persoon was het hoornvlies van beide ogen aangedaan, daarom haalden de onderzoekers stamcellen uit het bindvlies van het oog. Deze stamcellen konden zich omvormen tot hoornvliescellen. De onderzoekers hopen dat deze nieuwe medische techniek bij verschillende soorten oogaandoeningen kan helpen.

Bron: University of New South Wales, 29 mei 2009

 

Onderzoekers vinden nieuwe bijnierziekte
Bij een Nederlands meisje van Turkse afkomst is een nieuwe bijnierziekte gevonden. Het meisje had teveel mannelijke hormonen in haar lichaam en kwam vervroegd in de puberteit. Deze symptomen wezen op een bijnierziekte, maar ze bleek geen van de bekende bijnierziektes te hebben. De ziekte blijkt te worden veroorzaakt door mutaties in een gen dat codeert voor een enzym genaamd PAPSS2. Normaal breekt het enzym PAPSS2 de voorlopers van mannelijke hormonen af. Bij deze bijnierziekte gebeurde dit niet.

De bijnierziekte leidde tot het polycysteus ovarieel syndroom (PCOS).  De ontdekking van de nieuwe bijnierziekte leidt hopelijk tot meer inzicht in de achtergrond van PCOS
Onderzoekers en artsen van het UMC St.Radboud in Nijmegen ontdekten de aandoening. Zij werkten hiervoor nauw samen met de Universiteit van Birmingham. Voor de nieuwe bijnierziekte is nog geen naam bedacht.

Bron: UMC St.Radboud, 28 mei 2009

 

Hond met glycogeenstapelingsziekte met gentherapie genezen

Glycogeenstapelingsziekte Ia is een aandoening waarbij het lichaam glycogeen niet kan omzetten naar glucose. De behandeling bestaat onder andere uit een speciaal dieet. De omzetting van glycogeen naar glucose lukt niet door een fout in een enzym. Bij een hond met deze ziekte herstelden de onderzoekers van de University of Florida het foutieve enzym. Na de eerste behandeling ging de hond aanvankelijk vooruit, maar na een tijdje stopte de verbetering. Toen de hond vijf maanden oud was, gaven de wetenschappers hem een nieuwe dosis aangepaste gentherapie. De hond was na zes weken niet meer op dieet en is nu 20 maanden oud. Honden met deze ziekte worden normaal gesproken nog geen maand oud. De onderzoekers willen in de toekomst de gentherapie bij proefpersonen proberen. Voor nu staat een herhalingsonderzoek met andere honden gepland.

Bron: University of Florida, 28 mei 2009

 

Dertien genvariaties houden verband met hoge bloeddruk

Twee internationale studies hebben dertien genvariaties geïdentificeerd die geassocieerd zijn met hoge bloeddruk. De ene studie stond onder leiding van de Harvard Medical School en de andere studie onder leiding van het U.S. National Heart, Lung, and Blood Institute.
De wetenschappers bestudeerden variaties in de volgorde van DNA (single nucleotide polymorphisms) van in totaal 159.000 mensen. Drie van de genvariaties werden in beide studies ontdekt. Van de tien overige werden er vijf in de ene studie en vijf in de andere studie gevonden. Het identificeren van de genen is pas de eerste stap in de preventie van hoge bloeddruk, omdat elke genetische variatie een kleine verhoging van de bloeddruk tot gevolg heeft (een millimeter van de bovendruk en een halve millimeter van de onderdruk). Door gedetailleerd onderzoek kunnen mogelijk varianten gevonden worden die wel een grote verhoging van de bloeddruk tot gevolg hebben. De studies zijn tegelijk verschenen in het tijdschrift Nature Genetics.

Artikelgegevens: “Genome-wide association study of blood pressure and hypertension” / Levy D, Ehret GB, Rice K … [et al.], Nature Genetics 2009 May 10. [Epublication ahead of print].
”Genome-wide association study identifies eight loci associated with blood pressure”/ Newton-Cheh C, Johnson T, Gateva V, …[et al.], Nature Genetics 2009 May 10. [Epublication ahead of print].

Bron: HealthDay, 12 mei 2009

 

Vóórkomen blindheid bij ciliaire aandoeningen lijkt afhankelijk van één modifier-gen

Een veel voorkomende variatie in het RPGRIP1L-gen (A229T) lijkt in combinatie met de al bekende genmutaties bij een aantal ciliaire aandoeningen te bepalen of de patiënt slechtziend (of blind) wordt op jonge leeftijd, later in het leven of helemaal niet. A229T verhoogt de kans om blind te worden met 10%. Deze genmutatie werd vaak aangetroffen bij patiënten die wat slechtziend waren, maar niet bij patiënten met normaal zicht. Bij het onderzoek naar de werking van het gen is gebruik gemaakt van een diermodel met vissen.

Aan het internationale onderzoek is ook een bijdrage geleverd door onderzoekers van de Radboud Universiteit Nijmegen. Vervolgonderzoek richt zich op andere modifier-genen
Artikelgegevens:

“A common allele in RPGRIP1L is a modifier of retinal degeneration in ciliopathies” /

Khanna H, Davis EE, Murga-Zamalloa CA, Estrada-Cuzcano A, Lopez I … [et al.], Nature Genetics 2009 May 10. [E-publication ahead of print]

Bron: Johns Hopkins Medicine, 10 mei 2009

Nieuw gen ontdekt voor een variant van sideroblastische anemie

Onderzoekers van het Genome Canada project vonden drie mensen met een vorm van erfelijke sideroblastische anemie. Deze variant van bloedarmoede wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van ringsideroblasten in het beenmerg. Ringsideroblasten zijn voorlopers van rode bloedcellen, die abnormale blaasjes met ijzer bevatten.

De onderzoekers ontdekten dat het SLC25A38-gen verantwoordelijk is voor de aandoening. Dit gen is betrokken bij het transport van voedingsstoffen van en naar mitochondria, de energiecentrales van cellen. Het gen lijkt een rol te spelen bij de aanmaak van hemoglobine, een belangrijk eiwit in rode bloedcellen.

Artikelgegevens: “Mutations in mitochondrial carrier family gene SLC25A38 cause nonsyndromic autosomal recessive congenital sideroblastic anemia”/ Duane L Guernsey, Haiyan Jiang, Dean R Campagna .. [et al.], Nature Genetics 41, 651 - 653 (3 may 2009)

Bron: Universiteit van Montréal, 7 mei 2009

 

 

 

 

 

 

 

Redactie: documentatie Erfocentrum

(p.bloem@erfocentrum.nl)

 

Kosten: € 50,00 per jaar

  

Aanmelden voor de Erfocentrum Nieuwsservice kan door een e-mail te sturen naar secretariaat@erfocentrum.nl onder vermelding van naam, e-mailadres, organisatie, functie en postadres.

 

De volgende nieuwsservice verschijnt op 30 juli 2009

 

© Stichting ERFO-centrum

 

 

Het Erfocentrum biedt informatie op drie samenhangende gebieden: erfelijkheid, zwangerschap en perinatale zorg en medische biotechnologie. Het Erfocentrum is een initiatief van de 
Vereniging Samenwerkende Ouder- en Patiëntenorganisaties (VSOP)