Actualiteiten rond erfelijkheid en genetica

 

Erfocentrum tweemaandelijkse nieuwsservice (60)

23 april 2009

 

 

 

DNA zit in flexibele spiraal

Biofysicus John van Noort van de Universiteit Leiden heeft samen met Engelse onderzoekers ontdekt dat DNA in een flexibele spiraal in chromatine gevouwen zit. De flexibele spiraal verklaart waarom DNA aan de ene kant sterk opeengepakt zit, terwijl het aan de andere kant ook toegankelijk is voor genexpressie. Als de onderzoekers water-moleculen laten botsen tegen de spiraal gaat deze uit elkaar. Hierdoor kunnen enzymen bij het DNA komen om het af te lezen. De resultaten staan beschreven in een Advance Online Publication van het tijdschrift Nature Structural & Molecular Biology

Titel: Single-molecule force spectroscopy reveals a highly compliant helical folding for the 30-nm chromatin fiber /  M. Kruithof, Fan-Tso Chien, A. Routh, C. Logie, D. Rhodes en J. van Noort. Advance Online Publication (AOP)  Nature Structural & Molecular Biology, 19 apr. 2009

Bron: Persbericht Universiteit Leiden, 20 apr. 2009

 

Gen verhoogd kans op familiaire vorm van longkanker

Onderzoekers van verschillende Amerikaanse universiteiten onder leiding van de University of Cincinnati hebben vastgesteld dat het gen RGS17 niet alleen de kans op familiaire longkanker verhoogt, maar zelfs de ontwikkeling van deze vorm van longkanker bevordert. Zij vergelijken het belang van de ontdekking van dit gen voor longkanker met het belang van de ontdekking van de borstkankergenen BRCA1 en BRCA2 voor het borstkanker-onderzoek. In het kader van dit onderzoek werd het genetisch materiaal verzameld van vele families waarbij 5 of meer familieleden van verschillende generaties longkanker hebben. De onderzoekers noemen het opmerkelijk dat hetzelfde gen RGS17 in 60% van de gevallen van niet-erfelijke longtumoren tot overexpressie komt. Roken blijft de belangrijkste omgevingsrisicofactor en belangrijkste oorzaak voor het ontstaan van longkanker, maar uit onderzoek blijkt dat  de ziekte ook een sterke genetische component heeft. De uitkomsten van het onderzoek zijn gepubliceerd in Clinical Cancer Research.
Titel: Fine Mapping of Chromosome 6q23-25 Region in Familial Lung Cancer Families Reveals RGS17 as a Likely Candidate Gene " / Ming You, Daolong Wang, Pengyuan Liu ... [et al.] Clinical Cancer Research 15, 2666, April 15, 2009. Published Online First April 7, 2009;
Bron: University of Cincinnati, 15 apr. 2009

 

Chip kan reactie van medicijn in lichaam nabootsen

Onderzoekers van het MESA+ Instituut voor Nanotechnologie van de Universiteit Twente hebben een chip ontwikkeld waarmee kan worden nage bootst en bestudeerd hoe een medicijn in het lichaam in verschillende stoffen uiteenvalt. De chip bevat een klein vloeistofreservoir waar het medicijn kan worden ingebracht. Nadat het medicijn in de vloeistof uiteen gevallen is, kunnen de verschillende stoffen via apparatuur worden geanalyseerd. De volgende stap is om deze apparatuur rechtstreeks te koppelen aan de chip. Door de nieuwe chip kunnen onderzoekers op een snelle manier medicijnen screenen. Het onderzoek is beschreven in het tijdschrift Lab on a Chip.

Titel: A microfluidic chip for electrochemical conversions in drug metabolism studies’ / M. Odijk, A. Baumann, W. Lohmann, F.T.G. van den Brink, W. Olthuis, U. Karst en A. van den Berg. Lab on a Chip, 2009

Bron: Universiteit Twente, 15 apr. 2009


Genetische oorzaak ontdekt voor short rib polydactyly syndrome
Onderzoekers van de University of California, Los Angeles hebben een genetische oorzaak gevonden voor short rib polydactyly syndrome. Het gaat om een mutatie in het DYNC2H1 gen. Dit gen speelt een rol bij de groei van het skelet. Bij het short rib polydactyly syndrome ontwikkelt het skelet niet goed waardoor de longen niet goed groeien. Een baby met dit syndroom overlijdt vlak na de geboorte. De onderzoekers ontdekten de mutatie bij drie kinderen met dit syndroom uit hetzelfde gezin. De mutatie werd ook gevonden bij twee kinderen uit andere gezinnen. Nu een genetische oorzaak van short rib polydactyly syndrome bekend is, kan er mogelijk gericht prenatale diagnostiek worden gedaan. Het onderzoek is gepubliceerd in de American Journal of Human Genetics

Titel: Ciliary Abnormalities Due to Defects in the Retrograde Transport Protein DYNC2H1 in Short-Rib Polydactyly Syndrome / Amy E. Merrill ,Barry Merriman,Claire Farrington-Rock

The American Journal of Human Genetics, 84(4) pp. 542 – 549

Bron: University of California, Los Angeles, 4 apr. 2009

 

Medicijn  flecaïnide helpt bij catecholaminerge polymorfe ventriculaire tachycardie

Het middel  flecaïnide blijkt effectief te zijn bij catecholaminerge polymorfe ventriculaire tachycardie (CPVT). Dit melden onderzoekers uit onder andere de Verenigde Staten, Canada, Australië en Nederland. Het onderzoek werd gedaan bij muizen en patiënten. De patiënten werden behandeld door hoogleraar Cardiologie Arthur Wilde van het AMC. CPVT is een erfelijke hartziekte waarbij er hartritmestoornissen kunnen ontstaan bij inspanning. De huidige behandeling van deze hartziekte, zogenaamde bètablokkers, werken niet altijd voldoende. Het onderzoek is gepubliceerd in het tijdschrift Nature Medicine.

Titel: Flecainide prevents catecholaminergic polymorphic ventricular tachycardia in mice and humans / Hiroshi Watanabe, Nagesh Chopra, Derek Lave. Nature Medicine 15, 380 - 383 (2009)

Bron: AMC, 30 mrt. 2009

 

Stamcellijnen ontwikkeld voor gehoorcellen: mogelijke toepassing voor doofheid
Het is onderzoekers van de University van Sheffield (GB) gelukt om volwassen stamcellijnen te ontwikkelen die kunnen uitgroeien tot haarcellen en zenuwcellen in het oor. De haarcellen vangen geluid op en de zenuwcellen geven het signaal door aan de hersenen. De onderzoekers isoleerden de cellijnen uit embryonale oorcellen. De onderzoekers waren in staat de cellen in het laboratorium zo te behandelen dat ze dezelfde eigenschappen kregen als haar- en zenuwcellen in het menselijke oor. De stamcellijnen kunnen in de toekomst mogelijk worden gebruikt als stamceltherapie voor doofheid. De resultaten van het onderzoek zijn beschreven in het tijdschrift Stem Cells.

Titel: Human Fetal Auditory Stem Cells (hFASCs) Can Be Expanded In Vitro And Differentiate Into Functional Auditory Neurons And Hair Cell-Like Cells / Wei Chen, Stuart L. Johnson , Walter Marcotti. STEM CELLS Volume 9999 Issue 999A, Page N/A

Bron: University of Sheffield, 30 mrt. 2009

 

Plasmide als vector voor productie stamcellen

Een onderzoeksteam van de Morgridge Institute for Research (University of Wisconsin-Madison) heeft een methode ontwikkeld om gedifferentieerde menselijke huidcellen te voorzien van de pluripotente eigenschappen van embryonale stamcellen, zonder mogelijk schadelijk DNA aan de cel toe te voegen. De genen die nodig zijn voor dit proces worden in een vorm van een klein stukje circulair DNA (plasmide) toegevoegd. Naar verloop van tijd verdwijnt de plasmide door een natuurlijk proces uit de celpopulatie. Bij het gebruik van virussen om genen toe te voegen, ontstaat soms kanker. Toepassing van de nieuwe  methode zou therapeutische stamceltherapie veiliger kunnen maken.

De volgens de nieuwe methode gemaakte cellen worden voor onderzoek beschikbaar gesteld via de Internationale Stamcelbank bij het WiCell Research Institute.

De methode staat beschreven in Science van 26 maart jl.

"Human Induced Pluripotent Stem Cells Free of Vector and Transgene Sequences" / Junying Yu, Kejin Hu … [et al.]. Science 26 March 2009
Bron; University of Wisconsin-Madison, 26 mrt. 2009

Huidige revisie van de EU-Directive over het gebruik van proefdieren “bedreiging voor voortgang medisch en veterinair onderzoek”

In een position paper spreken de European Medical Research Councils (EMRC) hun zorg uit over de gevolgen van het revisie-voorstel voor de “EU Directive on the Protection of Animals used for Scientific Purposes” (86/609/EEC).

Drie thema’s staan in het stuk van de EMRC centraal;

-         Het overkoepelende belang van de “Vermindering, Verfijning en Vervanging” in proefdieronderzoek en het belang van onderzoeksprogramma’s gebaseerd op deze principes.

-         Het belang van een schade-benefit analyse bij de beoordeling van onderzoeken met proefdieren waarbij het dierenwelzijn in relatie tot het onderzoeksdoel zo goed mogelijk gewaarborgd wordt.

-         Het belang van efficiënte besluitvorming met zo min mogelijk bureaucratie bij de implementatie van de nieuwe Directive.

Het position paper wordt gesteund door de Champalimaud Foundation, EUROHORCs, Foundation for Polish Science, het Pasteur Institute en de Wellcome Trust.

De voorliggende revisie-voorstellen belemmeren volgens de EMRC fundamenteel biomedisch en veterinair onderzoek en daarmee de ontwikkeling van therapeutische toepassingen.

Bron: European Science Foundation, 25 mrt. 2009

 

Relatie gelegd tussen rol gen en ontwikkeling van schizofrenie en bipolaire stoornis

Het DISC1 (Disrupted In SChizophrenia) werd begin jaren ’90 ontdekt. Dit onderzoek geeft inzicht in hoe het gen mogelijk bijdraagt aan het ontwikkelen van aandoeningen zoals schizofrenie en bipolaire stoornis. Een onderzoeksteam van de Huward Hughes Medical Institute stelden vast dat de gemuteerde vorm van het gen de groei en ontwikkeling van hersencellen verstoort. Leider van het onderzoek Li-Huei Tsai noemt het ‘een grote stap voorwaarts’. Bij het onderzoek is gebruik gemaakt van een muismodel. De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in Cell van 20 maart jl.

“Disrupted in Schizophrenia 1 Regulates Neuronal Progenitor Proliferation via Modulation of GSK3/-Catenin Signaling” / Yingwei Mao ,Xuecai Ge … [et al.] Cell, Volume 136, Issue 6, 1017-1031, 20 March 2009

Bron: Howard Hughes Medical Institute, 20 mrt. 2009

Onderzoek naar nut screening dunne darm bij patiënten met Lynch syndroom

Kenmerk van het Lynch syndroom is dat men een hogere kans heeft op dikkedarmkanker, baarmoederkaner en maagkanker. Ook hebben patiënten zo’n 5% kans op het krijgen van  dunnedarmkanker. Om (voorstadia van) kanker op te sporen, worden patiënten regelmatig gescreend. Jaarlijks of tweejaarlijks ondergaan zij onder andere gynaecologisch onderzoek en onderzoek van de dikke darm. Screenen van de dunne darm werd tot op heden niet gedaan, omdat er geen technische middelen waren om zonder operatie of andere belastende ingreep de dunne darm goed te bekijken.

In het kader van de CELCIUS-studie van het UMC Groningen zal bij 200 mensen met dit syndroom ook de dunne darm onderzocht worden. Daarvoor zullen twee nieuwe technieken toegepast worden. Bij de eerste methode worden met behulp van een videocapsule, die de patiënt inneemt, foto’s gemaakt van de dunnedarm die verstuurd worden naar een datakastje dat de patiënt gedurende de dag bij zich draagt. Na ongeveer 8 uur is de capsule gepasseerd en kan een Maag-Lever-Darmarts de foto’s beoordelen. Afwijkingen kunnen met behulp van een nieuw ontwikkelde endoscooptechniek worden bekeken (en stukjes weefsel verwijderd). Met deze nieuwe techniek, de zogenaamde “dubbeleballon-endoscoop” wordt de dunne darm met de ballonnetjes gefixeerd en kan over de slang worden opgestroopt. Zo is een veel kortere slang voldoende. In 2011 worden de onderzoeksresultaten verwacht.
Bron: UMC Groningen, 17 mrt. 2009

 

 

 

Redactie: documentatie Erfocentrum

(p.bloem@erfocentrum.nl)

 

Kosten: € 50,00 per jaar

  

Aanmelden voor de Erfocentrum Nieuwsservice kan door een e-mail te sturen naar secretariaat@erfocentrum.nlonder vermelding van naam, e-mailadres, organisatie, functie en postadres.

 

De volgende nieuwsservice verschijnt op 11 juni 2009.

 

© Stichting ERFO-centrum

 

 

Het Erfocentrum biedt informatie op drie samenhangende gebieden: erfelijkheid, zwangerschap en perinatale zorg en medische biotechnologie. Het Erfocentrum is een initiatief van de 
Vereniging Samenwerkende Ouder- en Patiëntenorganisaties (VSOP)