Actualiteiten rond erfelijkheid en genetica

 

Erfocentrum vierwekelijkse Nieuwsservice (58)

29 september 2008

 

 

Hoger risico op nierziekten voor Afro-Amerikanen deels verklaard

Onderzoekers van het NIH en Johns Hopkins University hebben vastgesteld dat bepaalde varianten van het gen MYH9 het risico op niet-diabetische nierziekte en focale segmentale glomerulosclerose (FSGS) statisch verhogen. Zestig procent van de Afro-Amerikanen is drager van de risicogenen, tegen 4 procent van de Anglo-Amerikanen. Er is geen relatie gevonden tussen de MYH9 genvarianten en aan diabetes gerelateerd nierfalen bij Afro-Amerikanen. De onderzoekers dringen aan op vervolgonderzoek om vast te stellen om welke genvarianten het precies gaat en welke factoren bijdragen aan het tot uiting komen van de nieraandoeningen. De meeste dragers van de risicogenen ontwikkelen geen nierziekte. De onderzoeksresultaten zijn gepubliceerd in Nature Genetics.

Titels:

-"MYH9 is major-effect risk gene for focal segmental glomerulosclerosis,”/ Kopp, J.B. et al.

Nature Genetics, September 14, 2008.
- “MYH9 is associated with nondiabetic end-stage renal disease in African-Americans,” / Kao, W.H. Linda et al. , Nature Genetics, September 14, 2008.

Bron: NIH News, 14 sept. 2008

Embryonale stamcellen toegepast bij gedilateerde cardiomyopathie bij muizen

Onderzoekers van de Mayo Clinic (VS) hebben embryonale stamcellen gebruikt om gedilateerde cardiomyopathie, een aangeboren hartaandoening, in gemodificeerde muizen te behandelen. Muizen zonder KATP channel, een bepaald eiwit dat het hart beschermt, krijgen kenmerken die overeenkomen met gedilateerde cardiomyopathie zoals het slechter samentrekken van het hart en hartvergroting. Nadat de muizen embryonale stamcellen in het linker hartventrikel ingespoten hadden gekregen, verbeterde het hartritme en presteerde het hart beter. De cellen waren opgenomen in het hart en hadden nieuw weefsel gevormd. Ook de schade door de cardiomyopathie was met de helft verminderd. De onderzoekers gaan verder onderzoek doen. De wetenschappers hebben de resultaten gepubliceerd in het tijdschrift Stem Cells onder de titel: “Embryonic Stem Cell Therapy of Heart Failure in Genetic Cardiomyopathy “ / Satsuki Yamada .. [et al.],

Bron: Mayo Clinic Minnesota, 11 sept. 2008

 

Humaan herpes virus 6 kan via erfelijk materiaal worden doorgegeven aan nageslacht

Uit onderzoek door het University of Rochester Medical Center blijkt dat in sommige gevallen het humane herpes virus 6 (HHV-6) door ouders via de genen doorgeven wordt aan hun kinderen. Het is de eerste keer dat onderzoekers aantonen dat een virus kan worden doorgegeven aan het nageslacht via het DNA. Een infectie met HHV-6 kan leiden tot de zesde ziekte. Dit is een kinderziekte waarbij het kind koorts en lichtrode vlekjes op de huid kan krijgen. Verder onderzoek moet uitwijzen of kinderen die het virus via het erfelijk materiaal van de ouders meekrijgen anders op de infectie van het virus reageren dan kinderen die het na de geboorte krijgen. De resultaten worden beschreven in het tijdschrift Pediatrics.

Artikelgegevens: Chromosomal Integration of Human Herpesvirus 6 Is the Major Mode of Congenital Human Herpesvirus 6 Infection / Caroline Breese Hall …[et al.] , Pediatrics, Vol. 122 No. 3 September 2008, pp. 513-520

Bron: University of Rochester, 3 sept. 2008

Genetische aanleg belangrijkste factor bij ontwikkelen diabetes type 2

Wetenschappers van het Karolinska Institutet in Stockholm onderzochten in een groep van ruim achtienduizend eeneiige- en twee-eiige tweelingen (592 met diabetes type 2) de relatie tussen een laag geboortegewicht en het optreden van diabetes type 2. De verschillen in het vóórkomen van dit type diabetes tussen de twee typen tweelingen, wijst er op dat de genetische aanleg belangrijker is dan omgevingsfactoren zoals foetale groeiachterstand en laag geboortegewicht. De onderzochte tweelingen zijn geboren tussen 1926 en 1958.

De resultaten zijn gepubliceerd in Epidemiology:

“The Association Between Low Birth Weight and Type 2 Diabetes: Contribution of Genetic Factors” /  Johansson, Stefan .. [et al.], Epidemiology. 19(5):659-665, September 2008.

Bron: Medline Plus, 3 sept. 2008

 

Congres van European College of Neuropsychopharmacology meldt onderzoeksresultaten met betrekking tot autisme

Op het 21ste congres van de European College of Neuropsychopharmacology in Barcelona (30 aug. – 3 sept.) werden de volgende onderzoeksresultaten gepresenteerd:

- Het is belangrijk dat een stoornis in het autistische spectrum zo snel mogelijk vastgesteld wordt, omdat dan meteen begonnen kan worden met de behandeling.

- Erfelijkheid lijkt een belangrijke rol te spelen bij het ontstaan van autisme.

- Veranderingen in genen beïnvloeden de vorming van synapsen van glutamaat neuronen. Door deze veranderingen hebben bepaalde mensen meer kans op autisme.

- Onderzoek laat zien dat een laag melatonineniveau, veroorzaakt door een defect in het AMST gen, een risicofactor is voor stoornissen in het autistische spectrum.

De bovenstaande onderwerpen hebben de volgende klinische implicaties:

- Verder onderzoek naar de genetische achtergrond van autisme is nodig. Daarnaast is het belangrijk onderzoek te doen naar relaties tussen het genotype en fenotype.

- Onderzoek naar de oorzaak van autisme vereist een multidisciplinaire aanpak.

- Bij autisme spelen psychiatrische, lichamelijke, verstandelijke, sociale en professionele issues een rol. Ook moeten mensen met autisme betrokken worden bij onderzoeksprojecten. 

Bron: EurekAlert, 1 sept. 2008

Kunstmatige DNA moleculen kunnen erfelijk defect dat bloedziekte veroorzaakt corrigeren

Onderzoekers van de Yale University (VS) hebben een manier gevonden om een erfelijk defect dat thalassemie veroorzaakt, een bloedziekte, te corrigeren. De onderzoekers maakten kunstmatige DNA moleculen die in staat waren om op specifieke plaatsen op het erfelijke materiaal te binden. Deze moleculen, die ook wel ‘triplex-forming oligonucleotiden’ genoemd worden, stimuleren het reparatiesysteem van het DNA, waardoor defecten in het DNA mogelijk definitief gecorrigeerd kunnen worden. Met dit systeem is het niet nodig om het DNA dat afgeleverd moet worden in een virus te verpakken, zoals bij andere methoden een vereiste is. Omdat dit systeem het defect in het bestaande gen herstelt, kan het eiwit dat voor het gen codeert op een natuurlijk manier tot expressie komen volgens de onderzoekers. De resultaten van het onderzoek staan in het tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences USA: “Correction of a splice-site mutation in the beta-globin gene stimulated by triplex-forming peptide nucleic acids” / Joanna Y. Chin … [et al.], PNAS September 9, 2008 vol. 105 no. 36 p. 13514-13519

Bron: Yale University, 28 aug. 2008

 

Medulloblastoom is verzamelnaam voor 5 typen hersentumoren

Wetenschappers uit Nederland, Duitsland, Groot-Brittanië en Polen onderzochten de biologische kenmerken van kwaadaardige hersentumoren (medulloblastomen) bij kinderen.

Op basis van onder andere genexpressieprofielen concluderen zij dat er vijf verschillende soorten medulloblastomen bestaan, met elk hun eigen karakteristieken. De nieuwe moleculairbiologische classificatie maakt een betere inschatting mogelijk van de risico’s voor de patiënt. Vervolgens kan de therapie daarop worden afgestemd. Jaarlijks krijgen circa 20 tot 25 kinderen in Nederland de diagnose medulloblastoom.

De resultaten van dit internationale onderzoek zijn gepubliceerd in PLoS ONE:

“Integrated Genomics Identifies Five Medulloblastoma Subtypes with Distinct Genetic Profiles, Pathway Signatures and Clinicopathological Features” /  Marcel Kool .. [et al.]

Bron: AMC, 27 aug. 2008

Menselijke embryonale stamcellen leiden bij muizen tot stimulatie afweer

Als menselijke embryonale stamcellen bij muizen worden ingespoten, leidt dat bij de muizen tot een reactie van het immuunsysteem. Dit blijkt uit onderzoek door de Stanford School of Medicine (VS). De afweerreactie kon verminderd worden door bepaalde medicijnen. De onderzoekers spoten menselijke embyronale stamcellen in de beenspieren van muizen met een normale afweer en met een aangedane afweer. In de muizen met gewone afweer gingen de stamcellen na ongeveer tien dagen dood. In de muizen met een aangedane afweer overleefden de stamcellen en prolifereerden ze. Bij herhaaldelijke injecties met de stamcellen, zagen de onderzoekers dat de cellen sneller dood gingen bij muizen met een gewone afweer. Volgens de onderzoekers laten deze resultaten zien dat het afweersysteem de cellen steeds sneller herkende en aanpakte. Het huidige onderzoek toont aan,  in tegenstelling tot ander onderzoek, dat het afweersysteem gestimuleerd wordt als vreemde embryonale stamcellen worden ingebracht.. De onderzoekers verwachten een soortgelijke reactie van het menselijk afweersysteem wanneer embryonale stamcellen bij mensen ingespoten worden. Dit brengt beperkingen met zich mee voor stamceltherapie. De onderzoekers hebben de resultaten beschreven in het tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences.

Titel: “Immunosuppressive therapy mitigates immunological rejection of human embryonic stem cell xenografts “ / Rutger-Jan Swijnenburg … [et al.], PNAS 105:12991-12996; published ahead of print , doi:10.1073/pnas.0805802105

Bron: Stanford University School of Medicine, 20 aug. 2008

 

Genetische basis pontocerebellaire hypoplasie (PCH 2) ontdekt

Onderzoekers van het AMC afdelingen Neurogenetica en Kinderneurologie en van de Universiteit van Keulen (Cologne Center for Genomics) hebben nieuwe genmutaties gevonden die ten grondslag liggen aan de zeldzame hersenaandoening pontocerebellaire hypoplasie (PCH 2).  Het betreft DNA-mutaties in drie genen die coderen voor onderdelen van een groot enzymcomplex. Het gaat om een zogeheten tRNA splicing endonuclease, een complex dat een belangrijke rol speelt bij de aanmaak van transfer RNA’s. Deze RNA’s spelen een onmisbare rol bij de productie van eiwitten, die op hun beurt weer nodig zijn voor de opbouw van cellen. De ontdekking maakt een vroegere diagnostiek van de aandoening mogelijk in  families waar de aandoening al voorkomt.
PCH 2 wordt ook wel de ‘Volendamse ziekte’ genoemd en erft autosomaal recessief over.
Er bestaan zes vormen van pontocerebellaire hypoplasie, waarvan PCH1, 2 en 4 het meest voorkomen.
Over de onderzoeksresultaten is gepubliceerd in het artikel “tRNA splicing endonuclease mutations cause pontocerebellar hypoplasia” / Birgit S Budde, Nature Genetics 40, 1113 - 1118 (2008)
Bron: AMC, 18 aug. 2008

 

 

 

Redactie: documentatie Erfocentrum

(p.bloem@erfocentrum.nl)

 

Kosten: € 50,00 per jaar

 

 

Aanmelden voor de Erfocentrum Nieuwsservice kan door een e-mail te sturen naar secretariaat@erfocentrum.nl onder vermelding van naam, e-mailadres, organisatie, functie en postadres.

 

De volgende nieuwsservice verschijnt in week 46.

 

© Stichting ERFO-centrum

 

Het Erfocentrum biedt informatie op drie samenhangende gebieden: erfelijkheid, zwangerschap en perinatale zorg en medische biotechnologie. Het Erfocentrum is een initiatief van de 

Vereniging Samenwerkende Ouder- en Patiëntenorganisaties (VSOP)