Actualiteiten rond erfelijkheid en genetica

 

Erfocentrum vierwekelijkse Nieuwsservice (36)

8 februari 2006

 

 

Nieuws:

 

Gen gevonden voor glutenallergie

Onderzoekers van het UMC Utrecht onder leiding van prof. dr. Cisca Wijmenga hebben een nieuw gen – myosin IXB – voor glutenallergie ontdekt. Bij het onderzoek werd gebruik gemaakt van de HapMap. Waarschijnlijk maakt het gevonden gen de darm beter doorlaatbaar, waardoor gluten makkelijker het onderliggende weefsel bereiken en er ontstekingen ontstaan. Ook bij de ziekte van Crohn en enkele andere auto-immuunziekten is de darm beter doorlaatbaar. Omdat de ziektebeelden van deze patiënten veel op elkaar lijken, wijst de ontdekking misschien op een veel algemener probleem in de dunne darm. Glutenallergie (coeliakie) is de meest voorkomende voedselintolerantie in de Westerse bevolking en leidt tot ontstekingsreacties in de dunne darm. Het is een auto-immuunziekte die wordt veroorzaakt door een combinatie van genetische en omgevingsfactoren. Gluten, een graaneiwit, is de belangrijkste omgevingsfactor. De behandeling bestaat uit een glutenvrij dieet. De onderzoekers publiceerden hun onderzoek op 13 november in Nature Genetics.

Bron: Nature Genetics, 13 nov. 2005

 

Ontdekking van genetisch profiel van eosinofiele oesofagitis

De expressie van het eotaxin-3 gen kan tot meer dan honderdmaal verhoogd zijn in de slokdarm van mensen met eosinofiele oesofagitis (EE) vergeleken met mensen zonder deze aandoening. Zo melden onderzoekers van het Cincinnati Children’s Hospital Medical Centre (VS). EE is een ontsteking van de oesofagus (slokdarm) die waarschijnlijk wordt veroorzaakt door eosinofiele leukocyten (bepaalde witte bloedcellen). Expressie van het eotaxin-3 gen in de slokdarmcellen leidt tot een verhoging van het aantal eosinofiele leukocyten in de oesofagus. Met een muismodel voor EE zonder dit gen, ontwikkelden muizen deze aandoening niet. Een genetische variatie in het eotaxin-3 gen, een zogenaamde single nucleotide polymorfisme, komt vaker voor bij mensen met eosinofiele oesofagitis dan bij mensen zonder EE. De genoemde resultaten dragen bij aan de ontwikkeling van nieuwe manieren om EE te diagnosticeren en te behandelen.

Bron: National Institutes of Health, 1 feb. 2006

 

Recombinant vaccin biedt in strijd tegen bioterrorisme

Na een jaar onderzoek is aangetoond dat een recombinant vaccin tegen Ricine een reactie van het immuunsysteem op gang brengt in proefpersonen: zij produceerden antilichamen. Ricine is een bijproduct van olieproductie uit bonen en daardoor gemakkelijk verkrijgbaar voor bioterroristen. Het dodelijke vergif kan verspreid worden met sproeivliegtuigjes en de longen aantasten. De humane antilichamen van de proefpersonen werden getest in muizen door Ricine aan het voedsel van de muizen toe te voegen. De muizen overleefden deze actie. Maar of het vaccine genaamd RiVax de longen van mensen beschermt is dus nog niet bekend.

Bron: Southwest Medical Center, 30 jan. 2006

 

Aanvullende mogelijkheden behandeling migraine
Verschillende media pikten deze week een bericht op over de relatie tussen migraine en een verbinding tussen hartkamer en –boezem. Het bericht dat migraine genezen kan worden door deze shunt of ‘open foramen ovale’ af te sluiten met een ‘parapluutje’, deed veel stof opwaaien. Inmiddels hebben patiëntenvereniging en migraine-experts laten weten dat het geen nieuw inzicht betreft. Sterker nog: een Brits dubbelblind onderzoek naar het effect van het afsluiten van de shunt op migraineklachten is in volle gang.

Bron: Biomedisch.nl, 27 jan. 2006

 

Relatie aangetoond tussen genmutatie en Ziekte van Parkinson bij Joodse bevolkingsgroep

Onderzoekers van het Albert Einstein College of Medicine (Yeshiva University) en het Beth Israel Medical Center (New York) onderzochten een groep Joodse Parkinsonpatiënten en een controlegroep die de ziekte niet hadden. Beide groepen stammen af van Oost-Europese Joodse voorouders (Ashkenazi). De G2019S-mutatie (de meest voorkomende variant van de verschillende bekende mutaties van het gen LRRK2) blijkt 15 tot 20 maal vaker voor te komen in Ashkenazische families waarvan meerdere familieleden ziekte van Parkinson hebben in vergelijking met de groep Parkinson-patiënten van algemeen Europese herkomst. Hiermee is deze genmutatie de meest voorkomende oorzaak van ziekte van Parkinson onder deze bevolkingsgroep.

De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in The New England Journal of Medicine van 26 januari 2006.

Bron: Persbericht Albert Einstein College of Medicine, 26 jan. 2006

 

Biochemisch defect bij ziekte van Batten-Spielmeyer-Vogt gevonden

Bij kinderen met ziekte van Batten-Spielmeyer-Vogt (BSV) is een defect aangetoond in het transport van het aminozuur arginine vanuit de lysosomen de cellen in. Dit blijkt uit onderzoek door de University of Rochester School of Medicine and Dentistry (VS). BSV wordt veroorzaakt door mutaties van het CLN3 - gen en de symptomen van deze aandoening, zoals epilepsie en blindheid, treden in de kinderleeftijd op. Lysosomen zijn onderdelen van een cel waarin recycling plaatsvindt. Toen het CLN3 - gen met behulp van gentherapie werd toegediend aan cellen van kinderen met BSV, normaliseerde het argininetransport zich weer. Het is nog niet duidelijk hoe het defect in dit transportsysteem tot de symptomen van BSV leidt. Verder onderzoek is gepland. Het is nog te vroeg om kinderen met BSV extra arginine te gaan geven.

Bron: National Institute of Neurological Disorders and Stroke (NINDS), 25 jan. 2006

 

Britse Biobank binnenkort van start

Volgens New Scientist Magazine zullen binnenkort een half miljoen Britten in de leeftijd van 45 tot 69 jaar benaderd worden om vrijwillig mee te werken aan de opbouw van de Britse biobank. Hen wordt gevraagd bloed- en urinemonsters af te staan en een vragenlijst in te vullen met gegevens over leefstijl, lichaamsgewicht, bloeddruk etc. De verzamelde data zullen anoniem verwerkt en opgeslagen worden. Doel is het bestuderen van de rol van genen en omgeving op gezondheid en ziekte. In tegenstelling tot een soortgelijk project in de VS zal aan de Britse deelnemers geen informatie gegeven worden over mogelijk verhoogde risico’s op een bepaalde aandoening. Hiermee wil de Britse BioBank voorkomen dat deelnemers gediscrimineerd zullen worden door bijvoorbeeld verzekeringsmaatschappijen. De Human Genome Research Initiative (VS) zal deelnemers de mogelijkheid wel geven informatie te ontvangen over ontdekkingen rond hun gezondheid.

Bron: New Scientist, 20 jan. 2006.

 

Patiënten overleven voorheen fatale immuunziekte XLA

Het gaat naar omstandigheden goed met volwassen XLA-patiënten. Dat is de belangrijkste conclusie van een Amerikaans onderzoek naar de kwaliteit van leven van XLA-patiënten. Wat opvalt is dat ondanks dat er bij bijna alle patiënten chronische gezondheidsproblemen bestaan, zij aangeven daar in hun dagelijks leven weinig tot geen last van te hebben. Van de 41 patiënten kregen er 40 elke twee tot vier weken gamma globuline en 16 van hen gebruikten continu antibiotica. Dat het met deze patiënten goed gaat, kan wellicht verklaard worden doordat de meeste van hen een oudere broer of neef hadden met XLA. De patiënten uit het onderzoek zijn dus waarschijnlijk al van jongs af aan intensief behandeld.

Bron: St. Jude Children’s Research Hospital, 13 jan. 2006

 

Gen betrokken bij bipolaire stoornis

Een Australische studie toont aan dat het FAT-gen betrokken kan zijn bij ongeveer 10% van de gevallen van een bipolaire stoornis (manische depressiviteit). Verder blijkt dat mensen met een bepaalde variatie in dit gen twee keer zoveel kans hebben op deze aandoening. Het FAT - gen maakt een eiwit dat betrokken is bij het verbinden van zenuwcellen in de hersenen. In deze studie werden ook muizen bestudeerd. Als zij lithium of valporaat (middelen tegen bipolaire stoornissen) kregen, werd er minder FAT - eiwit geproduceerd. De resultaten bieden mogelijk inzicht in het feit waarom lithium bij sommige mensen met een bipolaire stoornis goed helpt en bij anderen niet. Maar volgens de onderzoekers is meer onderzoek nodig. Ook zijn zij van mening dat er, naast omgevingsfactoren, waarschijnlijk meerdere genen betrokken zijn bij het ontstaan van een bipolaire stoornis.  

Bron: New Scientist, 12 jan. 2006

 

Publicaties:

 

Gezondheidsraad adviseert nieuwe mogelijkheden voor embryoselectie bij erfelijke aandoeningen

Naar aanleiding van de adviesaanvraag van 7 november 2003 bood de Commissie Preïmplantatie Genetische Diagnostiek en Screening van de Gezondheidsraad op 18 januari haar advies aan staatssecretaris Ros-Van Dorp aan. In het advies benoemt de Gezondheidsraad een aantal situaties waarin preïmplantatie genetische diagnostiek (PGD) en embryoselectie tot de mogelijkheden zouden moeten behoren:
- Selectie van embryo’s op dragerschap. De raad acht selectie aanvaardbaar als het dragerschap op zich aanzienlijke lasten met zich meebrengt.
- Selectie van embryo’s op hun geschiktheid om na de geboorte via cellen uit het navelstrengbloed een broer of zus met een levensbedreigende ziekte te helpen. Selectie hierop is volgens de raad alleen verantwoord als het kind zelf welkom is. Zorgvuldige counseling is hierbij een voorwaarde.
- Selectie van embryo’s op niet-medische eigenschappen vóór implantatie acht men ongewenst.

De raad adviseert screening van embryo’s bij de IVF-behandelingen in verband met vruchtbaarheidsproblemen, voorlopig alleen uit te voeren in het kader van wetenschappelijk onderzoek.

Momenteel is diagnostiek en selectie van embryo’s in Nederland alleen toegestaan in het Academisch Ziekenhuis Maastricht. De raad adviseert om de mogelijkheid voor een tweede centrum open te houden.

Op de website van de Gezondheidsraad zijn het persbericht, de samenvatting en het gehele rapport (PDF, 588 KB) beschikbaar.

 

Eindrapport ‘Landelijke evaluatie van een programma voor prenatale screening op Downsyndroom’ 

In oktober 2004 heeft het College voor Zorgverzekeringen de screeningssectie van de afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg van het ErasmusMC opdracht gegeven om een voorstel te ontwikkelen voor een evaluatiemodel voor kernindicatoren en meetprocedures voor landelijke evaluatie en monitoring van een programma voor prenatale screening op Downsyndroom. Ook werd gevraagd om aan te geven in hoeverre het aanbeveling verdient de doelstellingen van de huidige voor CVZ gecoördineerde preventieprogramma’s aan te passen in de richting zoals geformuleerd voor screening op aangeboren aandoeningen.

De opdracht is uitgewerkt voor een tot op heden formeel niet-bestaand screeningsprogramma; namelijk een aanbod van prenatale screening op Downsyndroom met de combinatietest voor alle zwangeren. Het model moet gezien worden als een prototype voor landelijke evaluatie en monitoring van een programma voor prenatale screening op aangeboren afwijkingen.

Het eindrapport is in september 2005 verschenen; exemplaren kunnen besteld worden bij mevr. A.E. de Bruijn.

 

Making Babies: reproductive decisions and genetic technologies

De Britse Human Genetics Commission (HGC) vat in het rapport met bovenstaande titel de meningen samen die voortgekomen zijn uit een nationaal debat over de toepassing van voortplantingstechnologie zoals pre-implantatie genetische screening (PGD) en IVF voor het geboren laten worden van kinderen om een ernstig ziek broertje of zusje te redden. Men raadt aan het welbevinden van deze ‘saviour siblings’ in de toekomst te blijven volgen; hoe wenselijk is het bijvoorbeeld om het kind te gebruiken als nier- of weefseldonor? Het rapport heeft tot doel de kaders aan te geven voor verdere discussie en politieke besluitvorming. De HGC benadrukt het belang van een voortdurend publiek debat over dit onderwerp. Men stelt ook dat voordat nieuwe screeningsprogramma’s ingevoerd worden  bepaald moet worden of ze wenselijk zijn.

‘ Making babies’ is te downloaden (PDF, 580Kb) van de website van de Human Genetics Commission.

 

 ‘Het is mijn lijf’

In toenemende mate zijn patiënten niet langer tevreden met de taakstelling waarbij artsen, de farmaceutische industrie en de overheid de dienst uit maken.

In ‘Het is mijn lijf’ portretteert wetenschapsjournalist Simon Roozendaal de opmars van ‘patient power’ aan de hand van acht patiënten die niet lijdzaam toezien wat hen overkomt, maar het heft in eigen handen nemen. ‘Het is mijn lijf: een nieuwe revolutie Patient Power’ is een uitgave van Aspekt (ISBN: 90-5911-143-5) en te koop in de boekhandel

 

March of Dimes publiceert rapport over voorkomen aangeboren aandoeningen wereldwijd

Per jaar worden er naar schatting wereldwijd 8 miljoen kinderen geboren met een erfelijke en/of aangeboren aandoening. Daarnaast worden er honderdduizenden geboren met ernstige aangeboren aandoeningen als gevolg van schadelijke invloeden na de conceptie, zoals alcohol, rubella en seksueel overdraagbare aandoeningen. Minimaal 3,3 miljoen kinderen sterven voor hun vijfde verjaardag als gevolg hiervan. 3,2 miljoen kinderen overleven, maar zijn mentaal en fysiek gehandicapt. Het merendeel van de kinderen met ernstige aangeboren aandoeningen (94%) wordt geboren in de arme landen. Als oorzaken worden, naast de slechtere gezondheidssituatie en de armoede, het hogere percentage consanguine huwelijken en het feit dat men meer en op hogere leeftijd kinderen krijgt genoemd.

Om de situatie te verbeteren doen de auteurs aanbevelingen om de algehele gezondheidssituatie te verbeteren . Zo bepleit men het toevoegen van foliumzuur aan de voeding, jodium aan het zout en rubella-vaccinatie. Daarnaast stelt men voor gezondheidsprogramma’s voor moeder en kind op te zetten.

Het rapport, verschenen onder de titel ‘ March of Dimes global report on the hidden toll of dying and disabled children’ is de downloaden (PDF 5,53 Mb). Evenals de executive summary (PDF, 384 Kb).

 

Publieksonderzoek Genomics 2005

Recent publiceerde het Centre for Society en Genomics (CSG) de resultaten van een onderzoek naar de kennis en mening van het publiek op diverse terreinen van de genetica. In het rapport worden de resultaten vergeleken met die van een gelijknamig en overeenkomstig onderzoek uit 2002.

De thema’s die in het onderzoek aan de orde kwamen zijn:

-     interesse voor genetica, genetisch onderzoek en genomics

-     kennis die men heeft over genen bij de mens en andere organismen

-     de invloed die genen hebben op menselijk gedrag

-     de associaties die men heeft bij erfelijkheid en erfelijkheidsonderzoek

-     persoonlijke ervaringen met erfelijkheidsonderzoek

-     mogelijke nadelen aan en ongerustheid over het onderzoek naar genen en erfelijkheid

-     houding ten opzichte van de toepassing van genetisch onderzoek, de grenzen daaraan en in hoeverre men de wettelijke kaders voldoende acht

-     de behoefte aan informatie over genetisch onderzoek en het vertrouwen in de beschikbare informatiebronnen.

Het onderzoek is uitgevoerd door dr. R.R. Pin en dr. J.M. Gutteling (Universiteit Twente, Faculteit Gedragswetenschappen); het veldwerk is gedaan door Newcom Research & Consultancy.

Een samenvatting van het onderzoek is te vinden op de website van het CSG. Het rapport is te downloaden (PDF, 400 Kb).

 

 

 

Redactie: documentatie Erfocentrum

(p.bloem@erfocentrum.nl)

 

Kosten: € 50,00 per jaar

 

 

Aanmelden voor de Erfocentrum Nieuwsservice kan door een e-mail te sturen naar t.dingelhoff@erfocentrum.nl onder vermelding van naam, e-mailadres, organisatie, functie en postadres.

 

De volgende nieuwsservice verschijnt op 8 maart 2006.

 

© Stichting ERFO-centrum

 

Het Erfocentrum is bedoeld voor iedereen die vragen heeft of informatie zoekt over erfelijkheid, gezondheid en samenleving.

 

Het Erfocentrum is een initiatief van de Vereniging Samenwerkende Ouder- en Patiëntenorganisaties (VSOP)